ARTIKEL | Betaalbare warmte richting de toekomst: elektrificatie als toverwoord

De inzet van gas wordt de komende jaren fors duurder. Hamvraag is hoe tuinders ervoor kunnen zorgen dat ze ook in de toekomst de beschikking hebben over betaalbare warmte. Elektrificeren biedt op dit moment de meeste potentie voor de tuinbouwsector, met name middels een warmtepomp. Daarnaast is het volgens AgroEnergy belangrijk om voorlopig de nodige flexibiliteit te houden qua warmtevoorziening. Inzet van de WKK blíjft de komende jaren daarom zeker nuttig. In een nieuw artikel voor KAS Magazine legt EnergyOperator Vincent Klaassens uit wat de mogelijkheden zijn.

 

De glastuinbouw staat voor de uitdaging om binnen twintig jaar klimaatneutraal te produceren. Dat is ook vastgelegd in het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030, waarin de concrete doelstelling is geformuleerd om in 2040 volledig klimaatneutraal te zijn. Ook AgroEnergy heeft volop ambities op dit vlak. “Wij willen al in 2035 klimaatneutraal werken, zowel binnen ons eigen bedrijf als bij klanten”, zegt Vincent Klaassens, EnergyOperator bij AgroEnergy.

Naast deze doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, met als doel het klimaat minder te belasten, is het ook in financieel opzicht zaak dat tuinders overstappen naar duurzame energiebronnen. “Het gereduceerde tarief aan energiebelasting, dat nu nog geldt voor de glastuinbouw, wordt tussen 2025 en 2035 afgebouwd. Daarnaast komt er vanaf 2025 een CO2-heffing voor de glastuinbouwsector.”

 

Mogelijke alternatieve warmtebronnen

 Samenvattend wordt het gebruik van gas flink duurder. Om als bedrijf rendabel te kunnen blijven draaien, is het dan ook belangrijk om te kiezen voor een alternatieve warmtebron. Die betaalbaar én duurzaam is. Er zijn meerdere opties:

  • WKK op groen gas

Groen gas is gas dat vrijkomt bij het vergisten van restproducten als mest, gras en hout en vervolgens wordt opgewaardeerd tot aardgaskwaliteit. “Het kabinet ziet veel potentie in de inzet van groen gas”, zegt Klaassens. “Hun ambitie is om in 2030 1,6 miljard kuub groen gas per jaar bij te mengen bij het reguliere gas.”

Feit is echter dat de reststromen om groen gas te produceren beperkt beschikbaar zijn. Dat betekent dat, wanneer straks 1,6 miljard kuub moet worden bijgemengd, de prijs van Groen Gas-certificaten zal oplopen. “Deze certificaten worden verstrekt aan producenten van groen gas en moeten vervolgens worden aangekocht door degene die het gas gaat verstoken. Deze kosten komen bovenop de reguliere gasprijs. Dit maakt de inzet van groen gas een kostbare optie. Hierdoor zal het hoogstwaarschijnlijk niet rendabel zijn om een WKK te laten draaien op groen gas.”

  • WKK op waterstof

Waterstof wordt vaak gezien als ‘de heilige graal’, als het gaat om verduurzaming. Klaassens omschrijft deze brandstof liever als ‘een Zwitsers zakmes’, vanwege het feit dat waterstof technisch gezien veel verschillende toepassingen kent. “Dat betekent dat de potentiële vraag naar waterstof, alleen al vanuit de grote industrie, zeer groot is. Daar komt bij dat veel elektriciteit nodig is om waterstof te maken. Ter indicatie: om alleen al voldoende waterstof te kunnen produceren voor de grote industrieën in ons land is al 20 gigawatt aan stroom nodig. Dat is enorm veel. Nu wordt in ons land op piekmomenten namelijk 13 tot 17 gigawatt aan elektriciteit verbruikt. En waterstof produceren op een andere plek in de wereld is ook lastig, aangezien transport duur is. Het laten draaien van een WKK op waterstof is de komende vijftien jaar dan ook nog geen optie, zowel vanwege de prijs als vanwege de beschikbaarheid.”

  • Aard- en restwarmte

De inzet van aardwarmte of restwarmte – deze kan bijvoorbeeld afkomstig zijn van de industrie – kan voor sommige tuinders een oplossing zijn. Maar Klaassens ziet dit niet als dé oplossing voor de hele tuinbouwsector. Aardwarmte is namelijk niet in iedere regio beschikbaar én er komt alsnog CO2 vrij bij de productie. “Dat is weliswaar veel minder dan bij een WKK, maar volledig CO2-neutraal is aardwarmte niet. Daarbij zijn de investeringskosten hoog, waardoor ondernemers samen moeten optrekken. Ook restwarmte is niet in ieder gebied voorhanden en dergelijke projecten moeten door meerdere partijen worden opgepakt.”

  • Biomassa-installatie

Het imago van biomassa-installaties, waarin biomassa wordt verbrand, liep de afgelopen jaren een deuk op. Onder meer doordat hierin ook wel hout uit overzeese gebieden werd verstookt. Daarnaast was soms sprake van menging van vervuilde en schone reststromen. “Door dit alles nam de maatschappelijk weerstand toe, ook is het lastiger geworden om een vergunning te verkrijgen. Daar komt bij dat een biomassa-installatie een hoge investering vergt en om die reden alleen is weggelegd voor echt grote bedrijven. Voor de gemiddelde tuinder is dit niet rond te rekenen.”

  • E-boiler en warmtepomp

Klaassens is er heel duidelijk over: elektrificatie is voor tuinders dé universele manier om ook in de toekomst op een betaalbare manier te kunnen voorzien in hun warmtebehoefte. Zowel een e-boiler als een warmtepomp komen dan in beeld. “Deze maken beiden warmte uit elektriciteit. De voorkeur gaat echter uit naar een warmtepomp, aangezien deze efficiënter werkt dan een e-boiler. Een dergelijke pomp kan van 1 MW aan elektrische energie soms wel 3 tot 5 MW aan thermische energie maken. Hierdoor is de investering, die doorgaans hoger is dan bij een e-boiler, ook goed terug te verdienen. Maar feit is natuurlijk wel dat je deze investering als ondernemer moet kunnen dragen én plek moet hebben voor een warmtepomp. Daarnaast moet er restwarmte, bodemwater of buitenlucht beschikbaar zijn, waaruit de pomp warmte kan winnen. Maar desondanks is de warmtepomp, rekening houdend met alle factoren, zonder twijfel de best mogelijke en meest betaalbare verduurzamingsoptie voor telers.”

Een belangrijk aandachtspunt is volgens Klaassens wel om tijdig een toereikende elektriciteitsaansluiting aan te vragen. “Dit kan soms enkele jaren duren.”

Flexibiliteit cruciaal

 Bovenstaande opsomming maakt duidelijk dat elektrificatie middels een warmtepomp de meeste potentie biedt voor de tuinbouwsector. Desondanks adviseert de EnergyOperator ondernemers om, vanwege schommelingen op de energiemarkten, de nodige flexibiliteit te houden in hun warmtevoorziening. Om die reden is het zaak om de WKK voorlopig nog niet de deur uit te doen. “Op momenten dat de elektriciteitsprijzen laag zijn, is het interessant om de warmtepomp te laten draaien. Zijn de prijzen hoger, dan komt de alsnog WKK in beeld. Tot 2035 zijn er absoluut nog veel uren waarop het rendabel is om de WKK te laten draaien. En dat is ook essentieel om het elektriciteitsnet in balans te houden. Ter indicatie: 70 procent van het opregelvermogen op de noodvermogenmarkt komt momenteel uit de glastuinbouw. Dus de WKK’s hebben een duidelijke functie. En dat zal niet zomaar veranderen.”

 

Efficiënt warmteverbruik

 Klaassens geeft ondernemers daarnaast het advies mee om efficiënt en verantwoord om te gaan met warmteverbruik. “Immers: iedere eenheid energie die je niet verbruikt, hoef je ook niet te maken. Kijk daarnaast hoe je zo optimaal mogelijk actief kunt zijn op de energiemarkten, wanneer je het beste bepaalde assets kunt inzetten. Hierbij kunnen de specialisten en de diensten van AgroEnergy ondersteunen: wij helpen ondernemers graag om er energietechnisch het maximale uit te halen.”

 

 

MARKTVISIE | Gasmarkt blijft gespannen reageren op ongeplande verstoringen

Gasmarkt

AgroEnergy keert weer onbalanspoolvoordeel uit aan klanten

Onbalanspoolvoordeel

EVEN VOORSTELLEN | Eveline Smit, Senior Account Support

Eveline Smit | Even voorstellen

ARTIKEL | Handelen in elektriciteit: meer opties én meer maatwerk

Handelen